EN
Tel.: 071 542 6152
Sitemap
Tel.: 071 542 6152
Altijd het laatste nieuws uit de rechtspraktijk

Interview met Mr. Sébas Diekstra in de Telegraaf

Interview met Mr. Sébas Diekstra in de Telegraaf
16-04-2016
Met hart en ziel zet advocaat Sébas Diekstra zich in voor nabestaanden van mensen die onder verdachte omstandigheden omkwamen. Zaken die de politie onvoldoende onderzocht en parkeerde als ’ongeluk’ of ’zelfmoord’ en die justitie liefst onder het tapijt veegt. „Het is schofterig hoe de overheid nabestaanden met vragen laat zitten. Alsof iemand verdrinkt, waar iedereen de andere kant opkijkt. Dan ga ik helpen.”
’’Liegen tegenover de media. Glashard beweren dat je de, voor forensisch onderzoek afgeknipte, vingernagels van een dood meisje weggooide. Dat terwijl je als Openbaar Ministerie in werkelijkheid geen flauw idee hebt waar die nagels zijn gebleven. Dan snap je als overheidsorganisatie echt niet meer waarom je op aarde bent.”
Aan het woord is de Leidse advocaat Sébas Diekstra. Met Job Knoester en Richard Korver is hij een van de weinige advocaten die nabestaanden bijstaat van mensen die onder verdachte omstandigheden om het leven kwamen. Zaken die direct het stempel ’zelfmoord’, ’ongeluk’ of ’vrijwillige verdwijning’ kregen en niet of nauwelijks door politie en OM zijn onderzocht.

Voor nabestaanden ben je de laatste strohalm en haal je alles uit de kast. Vanwaar die bevlogenheid?
„Dat voert terug naar de tijd toen ik als beroepsmilitair bij de marechaussee belandde. Ik begon op straat als opsporingsambtenaar en studeerde daarnaast rechten. Later werd ik integriteitsofficier en was ik verantwoordelijk voor onderzoeken naar eigen personeel. Daar zag ik hoe individuen verpletterd kunnen worden door een overheidsinstantie. Dat is deels mijn drive om mensen te verdedigen.”
„Ik merkte hoe kortzichtig politie en OM kunnen zijn. Van de daken schreeuwen dat de mens centraal staat, terwijl het bij die organisaties te vaak om ego’s en publieke opinie gaat. In een van mijn hoofdpijndossiers destijds werd een groep individuen totaal gemangeld in de machine die het OM is. Ik wil mensen daar uit redden, als het moet. Door het gevecht aan te gaan met die grote, gevoelloze machine.”

Je eerste cold case-zaak was Talitha, het 25-jarige Amsterdamse meisje dat drie jaar geleden dood op het spoor werd aangetroffen. Zelfmoord? Of toch niet?
„Talitha lag tussen de rails, voor toegesnelde agenten was het meteen zelfdoding. Maar veel in deze zaak is atypisch. De machinist verklaarde aan de agenten haar voor de aanrijding roerloos te hebben zien liggen, tussen en evenwijdig aan de spoorrails. Ook haar verwondingen pasten niet bij een overrijding. Toch kreeg Talitha’s moeder direct van de politie te horen dat haar dochter zelfmoord pleegde door te zijn gesprongen. Later mocht ze een zak bebloede kleding van Talitha ophalen. Nota bene op het station.”
„Toen de moeder bij mij aanklopte, ben ik een enorme klachtenprocedure gestart. Uiteindelijk bood hoofdofficier van justitie Steensma zijn excuses aan en zei hij dat zaaksofficier nooit tot die conclusie had mogen komen.”

Wat weet je inmiddels over dit schandaal?
„Het is onvoorstelbaar hoeveel fouten zijn gemaakt. De politie onderzocht niets, het spoor werd direct leeggehaald. De forensische opsporing is niet ingeschakeld, eventueel dader-dna en sleep- of voetsporen zijn niet veiliggesteld. Een schouwarts kon niet zeggen of het zelfdoding of moord was. Er was wat correspondentie tussen de officier van justitie en de hulpofficier, maar wat die inhield weten we nog steeds niet. Wat ik wel weet, is dat Talitha’s lichaam is verzorgd. Later twijfelde de officier en kwam er toch sectie. Eventuele sporen zijn door de verzorging van het stoffelijk overschot vrijwel zeker vernietigd. We schakelden een externe patholoog in. Die constateerde dat letsels eerder kunnen zijn ontstaan. Er is een reële mogelijkheid dat iemand anders betrokken is bij haar dood.”

Zoals in veel andere zaken, lijkt justitie ook hier te draaien. Hoe zat het nu met die vingernagels?
„Talitha’s nagels zijn bij de schouw afgeknipt. Ze zijn belangrijk, omdat er dader-dna onder kan zitten. Het OM zegt dan doodleuk tegen het ANP de nagels te hebben weggegooid. Als ik justitie daar later mee confronteer, krijg ik te horen: ’De nagels zijn zoek. We weten het eigenlijk niet.’ Met andere woorden: ’We moesten iets tegen de media zeggen. Dat we het niet weten, komt niet zo slim over. Dus zeggen we maar dat we ze weggooiden.’ Bizar vind ik dat, dat liegen.”
„Inmiddels weten we nog steeds niet wat Talitha overkwam en zit de familie nog altijd met vragen. Maak dat goed en doe dat laatste beetje onderzoek, denk ik dan. Maar dat weigeren ze, omdat er geen opsporingsindicatie, oftewel een vermoeden van een misdrijf is.”

Dat wordt wel vaker aangevoerd door OM en recherche.
„Het is bijna grappig als het niet zo triest was. Politie en justitie redeneren in deze gevallen meestal in een cirkel. Ze beweren in die zaken niets te hebben gedaan, omdat er geen opsporingsindicatie is. Dan zeg ik: er is geen opsporingsindicatie, omdat jullie niets deden. Dan is het antwoord: dat komt omdat we geen opsporingsindicatie hebben. Er vallen lappen tekst over te schrijven, uiteindelijk is het dat idiote cirkeltje.”

Is dat anders in andere landen?
„In sommige landen is het uitgangspunt dat bij elke onnatuurlijke dood een misdrijf moet worden uitgesloten. Dat betekent een forensische sectie naar de doodsoorzaak. Dat is zuiver. Het Nederlandse systeem laat te veel ruimte voor fouten: de officier van justitie bepaalt zelf wat hij of zij doet. Daarmee accepteert men inschattingsfouten.”

Inmiddels heb je nabestaanden in zeventien zaken onder je hoede, ook die van de Poolse jongen Tomasz Kosmala. Er moet een patroon zijn in die foutenfestivals.
„Het grote probleem is dat politie en justitie veel te veel bezig zijn met de publieke opinie. Oneigenlijke belangen spelen daarbij een rol. Bovendien zijn het hiërarchische organisaties waar te veel functionarissen zitten die bezig zijn hun eigen straatje schoon te houden. De kern in deze zaken is dat de noodhulp die het eerste ter plaatse komt - vaak onvoldoende opgeleide surveillanten - direct uitgaat van één scenario en blind is voor andere mogelijkheden.”
„Ligt een stoffelijk overschot bij het spoor, dan moet het zelfdoding zijn. Ligt iemand in het water; zelfdoding of een verongelukte dronkaard. Als het dáar fout gaat en de forensische opsporing komt niet direct ter plaatse - dat zie je in al die zaken - is het einde zoek. Dan is het klaar. Later, als er dan toch reflectie komt, geven politie en justitie soms toe dat zij onterecht van één leidend scenario uitgingen en er verkeerd indoken. Maar leren van die fouten doen zij niet. Hoe lang is deze ellende al niet aan de gang?”

Er is tegenwoordig tegenspraak. Hoogopgeleide medewerkers die bij de politie zijn binnengehaald om tunnelvisie tegen te gaan.
„Dat stond mooi op papier, de uitwerking blijkt ronduit slecht. Wat denk je? Die tegensprekers worden ergens in de hiërarchie gepropt en hebben niet de positie die zij moesten krijgen. Ze zitten in het kliekje, raken ermee besmet en gaan mee. Tegenspraak hoort onafhankelijk te zijn. Die moet je niet de eigen gelederen invrotten en een rang of schaal geven waardoor de tegenspreker ondergeschikt is. Hiërarchie en kritiek gaan slecht samen.”

Als nabestaande ben je dus aan de goden overgeleverd?
„Je bent rechteloos. Je kunt moeilijk een procedure beginnen, want er is onvoldoende onderzocht om een misdrijfscenario te onderbouwen. Je blijft achter met al je vragen en kunt feitelijk alleen een kruistocht beginnen. Je wordt dan gezien als lastig of iemand die in zijn verdriet blijft hangen.”
„Justitie zal er ondertussen alles aan doen om te voorkomen dat je het politiedossier krijgt. Het kulargument dat steeds wordt aangevoerd is dat de privacy van de overledene niet mag worden geschonden. Maar dat maakt jou, als nabestaande dan even niet uit. Je wilt immers weten wat er met je dierbare gebeurde en wat wel of niet is onderzocht. Er is maar één reden waarom die dossiers niet worden verstrekt: politie en justitie willen niet dat er fouten worden ontdekt.”

Advocaat Job Knoester bepleitte eerder een onafhankelijke commissie die alsnog onderzoek kan laten instellen.
„Ik zie niet zoveel in een blundercommissie. Naar mijn idee zou er een civiel gerechtshof moeten komen dat OM, politie of andere instanties naspeuringen kan opdragen. Als uitvloeisel van het recht op leven, is er ook het recht om te weten waaraan iemand stierf. Ik ben bezig met een brief aan de Tweede Kamer met dat voorstel. D66 en VVD heb ik al mee.”

Veel nieuwe vrienden gemaakt inmiddels, bij de politie?
„Niet bepaald, maar daar ben ik niet voor. Natuurlijk wordt er schamper gedaan. Het zal wel. Al dit werk levert me niets op. Ik sta nabestaanden meestal kosteloos bij. Naamsbekendheid is leuk. Maar voor mij gaat het om dat appje van een nabestaande, met de boodschap ’we zijn blij dat je er bent’. Dat is voldoende.”

(De Telegraaf - Jolande van der Graaf)






Terug